De Strangers - 4 Getrouwde binken

-------------------- VERSE 2 --------------------

Wij zen 4 getrouwde binken

Lak as dag g’er 1000 vind
Die ook af en toe is, pinken

Naar een tof en naar en wreed schoon kind


Want geeft ons ‘d occeuze

Beginnen wij opnief
Dan geven wij hem buzze

We pakken schooner gerief

-------------------- VERSE 2 --------------------

As ge mij nog is de kans gaf

Ik pakte er een stuk of 10
En dan mor lekker vrijen, stukken eraf

Dat mijn tong tot op mijn tenen hing


Gij vrijen, mor jonge

Waar zoude ‘t hebben geleerd
A pikkels die stonden

Van eerst avaan verkeerd

-------------------- VERSE 3 --------------------

Ik, zocht mij een heel nette

Zoiet van 18 19 jaar
Geen te mager, geen te vette

Mor met ‘t een en ‘t ander hier en daar


Wat ne luizige mieter

In zijnen ouwen dag
Die lak ne stille genieter

Nog van dat snoepgoed mag

-------------------- VERSE 4 --------------------

Ik, wou d’er gère een met knoppen

Gelak as on ne radio
Dan kon ik haren bebbel stoppen

Zo dikwijls en zo lang as’k wou


Met awen dragonder,

Lukt dat toch nooit of nooit
Want met knoppen of zonder

Speelt die op heure poot

-------------------- VERSE 5 --------------------

De mijn, die liep met ander venten

En gisteren heb ik heur betrapt
Ik heb ze zonder complimenten

Deur het venster op de straat gekapt


Dat zijn geen malheuren

Dat dat de moeite loont
Gij wist van teveuren

Da’ gin de kelder woont

-------------------- VERSE 6 --------------------

Wij zijn 4 getrouwde boenken

Mor dat is ons eigen schuld
’t Kalf is toch al verdroenken

Het putke is al lang gevuld


Wij deeje stomme stoten

Mor ‘t helpt niks nimeer
Nen ezel stoempt zijn poten

Ook geenen tweede keer

-------------------- OUTRO --------------------

Wij zijn 4 getrouwde binken

Lak as dag g’er 1000 vind
Die ook af en toe is, pinken

Naar een tof en naar een wreed schoon kind
Schoon kind, Schoon kind

De Strangers - 4 Getrouwde binken

Tuning: E-A-D-G-B-e – Sign: 4/4 – Key: D – Capo: 2

bpm: 130 – Time: 3:11 – Transp: -5


[C] Wij zen 4 getrouwde binken

[C] Lak as dag g’er 1000 vind
[C] Die ook af en toe is, pinken

[C] Naar een tof en naar en wreed schoon kind


[C] Want geeft ons ‘d oc[F]ceuze

[F] Beginnen wij op[C]nief
[C] Dan geven wij hem [F] buzze

[G] We pakken schooner [C] gerief


-------------------- VERSE 2 --------------------

[C] As ge mij nog is de kans gaf

[C] Ik pakte er een stuk of 10
[C] En dan mor lekker vrijen, stukken eraf

[C] Dat mijn tong tot op mijn tenen hing


[C] Gij vrijen, mor [F] jonge

[F] Waar zoude ‘t hebben ge[C]leerd
[C] A pikkels die [F] stonden

[G] Van eerst avaan ver[C]keerd


-------------------- VERSE 3 --------------------

[C] Ik, zocht mij een heel nette

[C] Zoiet van 18 19 jaar
[C] Geen te mager, geen te vette

[C] Mor met ‘t een en ‘t ander hier en daar


[C] Wat ne luizige [F] mieter

[F] In zijnen ouwen [C] dag
[C] Die lak ne stille ge[F]nieter

[G] Nog van dat [C] snoepgoed mag


-------------------- VERSE 4 --------------------

[C] Ik, wou d’er gère een met knoppen

[C] Gelak as on ne radio
[C] Dan kon ik haren bebbel stoppen

[C] Zo dikwijls en zo lang as’k wou


[C] Met awen drag[F]onder

[F] Lukt dat toch nooit of [C] nooit
[C] Want met knoppen of [F] zonder

[G] Speelt die op [C] heure poot


-------------------- VERSE 5 --------------------

[C] De mijn, die liep met ander venten

[C] En gisteren heb ik heur betrapt
[C] Ik heb ze zonder complimenten

[C] Deur het venster op de straat gekapt


[C] Dat zijn geen mal[F]heuren

[F] Dat dat de moeite [C] loont
[C] Gij wist van te[F]veuren

[G] Da’ gin de [C] kelder woont


-------------------- VERSE 6 --------------------

[C] Wij zijn 4 getrouwde boenken

[C] Mor dat is ons eigen schuld
[C] ’t Kalf is toch al verdroenken

[C] Het putke is al lang gevuld


[C] Wij deeje stomme [F] stoten

[F] Mor ‘t helpt niks ni[C]meer
[C] Nen ezel stoempt zijn [F] poten

[G] Ook geenen [C] tweede keer


-------------------- OUTRO --------------------

[C] Wij zijn 4 getrouwde binken

[C] Lak as dag g’er 1000 vind
[C] Die ook af en toe is, pinken

[C] Naar een tof en naar een wreed schoon kind
[C] Schoon kind. Schoon kind.